Australian Labradoodle Vereniging Nederland
Australian Labradoodle Association Netherlands
Parent breeds
De Australian Labradoodle is niet een gewone kruising is tussen een labrador en een poedel.
In de loop der jaren zijn er waarschijnlijk 6 rassen gebruikt om te komen tot de hond die we nu hebben; de Australian Labradoodle.
Het "recept" is niet precies bekend en daarom is de Australian Labradoodle ook niet na te maken.
De volgende 6 rassen zijn gebruikt;
1. Poedel (grote, middenslag en miniatuur)
2. Labrador Retriever
3. Ierse Water Spaniel
4. Curly Coated Retriever
5. Amerikaanse Cocker Spaniel
6. Engelse Cocker Spaniel
De Ierse Waterspaniel was het eerste ras dat gebruikt werd na de 2 basis-rassen. Hij heeft de prachtige chocolade kleur gebracht, zonder afbreuk te doen aan de allergie- en astmavriendelijkheid van het ras.
De Curly Coated Retriever bracht wat meer retriever-karaktertrekken in de labradoodle. Helaas gaf deze retriever ook wat minder haar op de neus; dit is iets dat we niet willen zien en moet dus weer weggefokt worden.
Als laatste zijn de Cocker Spaniels ingebracht om de kleinere maten wat meer "body" te geven. Nadeel waren de wat te lange oren en een verharende vacht.
Alleen bovengenoemde 6 rassen mogen in de Australian Labradoodle terug te vinden zijn.
Honden die geregistreerd worden bij de ALAEU, kunnen alleen de bovengenoemde 6 rassen in zich hebben. Elk ander ingebracht ras, wordt niet erkend binnen de ALAEU.
Het generatieschema van de ALA wordt gehanteerd en daarom mag er na de derde generatie geen infusie meer worden toegepast, en na de zesde generatie mag er ook geen poedel meer gebruikt worden. Dit zou tot de zesde generatie (beperkt) mogen om de vacht te verbeteren.
Welk generatieschema men ook volgt, er zijn altijd minstens 9 generaties nodig om de puppies Pure Australian Labradoodles te noemen.
Voor meer informatie over het generatieschema;



